


Brandon Flowers - Flamingo
Het is een van de wetmatigheden van comedy: flamingo's zijn altijd grappig. Helaas kunnen we niet hetzelfde zeggen van Flamingo, het pompeuze solodebuut van The Killers-frontman Brandon Flowers. Moeilijk te zeggen wat ons het meeste op de zenuwen werkt: de krampachtige pogingen om de gloedvolle rocksound van Bruce Sprungsteen te imiteren, de plastieken eighties productie, de nietszeggende, bol van de clichés staande (iemand nog een gok-metafoor?) lyrics? Gezwollen pathos op maat van het stadionpubliek: onze meug is het alvast niet. Het einde van dit album is ronduit bedroevend: het gospelnummer (!) On the floor staat bol van valse romantiek en Swallow it is een pure ripp-of van Lou Reed ten tijde van Transformer. Killers-fans zullen dit album wellicht omarmen, maar wij sturen ons exemplaar alvast onmiddellijk door richting ramsj. Tenenkrullend, een ander woord vinden we écht niet om Flamingo te omschrijven.


Interpol - Interpol
Een groep die zijn nieuwe album geen titel meegeeft: ons lijkt het alsof Interpol met zijn vierde album terug naar zijn wortels gaat. Paul Banks en zijn kornuiten keerden bovendien major Capitol de rug toe en vonden opnieuw onderdak bij Matador. In vergelijking met vorige plaat, Our Love To Admire klinkt Interpol alvast een stuk minder gepolijst. Niet dat Interpol nu plots direct, gebald of catchy klinkt. De meeste songs hebben verschillende luisterbeurten nodig, maar weten uiteindelijk te overtuigen door hun indringende, broeierige sfeer en hun tekstuele diepgang (vaak donkere meditaties over b.v. liefde en controle). Interpol grossiert andermaal in ambivalente love songs, die stof tot nadenken geven. Try it on doet met zijn glasheldere pianoloop wat denken aan Banks' solowerk als Julian Plenti. Een meesterwerk is dit album niet, maar evenmin het totale debacle waarvan sommige collegae gewagen.


Jamaica - No problem
Een groepsnaam als Jamaica roept onvermijdelijk beelden op van een 'wisdom' rokend reggaegroepje. Laat u echter niet misleiden: achter het pseudoniem gaat het Franse duo Antoine Hilaire (zang en gitaar) en Florent Lyonnet schuil. Hoewel onze gewaardeerde collega (CD) niet bepaald onder de indruk van hun passage op Pukkelpop was en we onze luisterbeurt dan ook met de nodige reserves aanvatten, zijn we blij verrast door hun debuut No problem. Nee, hun dansbare, springerige elektropop blinkt niet uit in originaliteit (zo ontsnapt de band moeilijk aan vergelijkingen met Phoenix), maar het enthousiasme van zanger Hilaire werkt zo aanstekelijk en de productie van de tandem Xavier de Rosnay (Justice) en Peter Franco (sound engineer van Daft Punk) klinkt tegelijkertijd zo fris en gesofistikeerd dat we niet anders kunnen dan deze band sympathiek te vinden. No problem bewijst het ten volle: er is niets mis met een gezonde eighties-fixatie.


Klaxons - Surfing the void
Het Britse kwartet Klaxons is een verademing in vergelijking met de dozijnen gelijkklinkende indiegroepjes die in het VK uit de grond schieten. Met hun naar KLF, Thomas Pynchon en JG Ballard knipogende debuut moesten de critici zelfs een nieuwe genre ('nu rave') van stal halen om de eclectische sound van de band te omschrijven. De genese van de tweede plaat, Surfing the void, was allesbehalve probleemloos: producers werden geweigerd, sessies afgebroken...Uiteindelijk ligt het immer moeilijke tweede album dan toch in de winkelrekken. Opnieuw is het een zinnen verbijsterende, moeilijk te vatten plaat. De band liet zich ditmaal beïnvloeden door de hallucinogene plant ayahuasca (die bij bepaalde Peruviaanse Indianengroepen een erg hoge status geniet) en auteur Daniel Pinchbeck (2012: The Return of Quetzalcoatl). Dit leidt tot heel wat esoterisme en visioenen over 'collectief wereldbewustzijn' en cyber-sjamanisme. De productie van de cd was in handen van metalproducer Ross Robinson (Korn, Slipknot), die de band in de richting van compromisloze, noisy spacerock stuwt, gelardeerd met fikse lappen psychedelica. Een aanpak die soms uitmondt in 'lelijke', claustrofobische en nauwelijks te beluisteren tracks, maar even vaak mateloos intrigeert. Niet bepaald easy listening dus, maar voer voor avontuurlijke luiden op zoek naar de 'final frontier'.


Rose Elinor Dougall - Without why
Rose Elinor Dougall: de naam zegt u waarschijnlijk hoegenaamd niets, maar de jonge Engelse chanteuse kan toch al de nodige adelbrieven voorleggen. Ze maakte deel uit van de meidengroep The Pipettes, die Spectoriaanse pop op een aanstekelijk manier de eenentwintigste eeuw binnensmokkelde. Nu is er Without why, haar solodebuut, dat veel minder suikerzoet klinkt dan haar werk met The Pipettes. Op Without why serveert Dougall intrigerende indierock die niet voor één gat te vangen is. Luister maar eens naar de opener Start/Stop/Synchro, die drijft op een dwingende clavecimbelmelodie en een soulvolle ritmesectie, en de psychedelische sixties pop van Love oproept. Maar ook late night ballades, elegante, weelderig georchestreerde kamerpop of onaardse folk behoren tot haar uitgebreide klankenpalet. Bespiegelende lyrics over de aard van de liefde passen perfect bij de broeierige atmosfeer van deze plaat. Rose Elinor Dougall: vergeet deze naam niet. We durven er gif op nemen dat deze jongedame aan het begin van rijk gevulde carrière staat.